
Intro
Ruim voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak was het indrukwekkende pand Kerkstraat 48-50 het woonhuis van leden van de Bommels-Joodse familie Hartog. Schuin tegenover, in de Kerkstraat, woonde een andere telg uit die familie. De meeste Hartogs waren welvarende zakenmensen in het Zaltbommel van de 18de, 19de en een deel van de 20ste eeuw.
In het huis aan het Kerkplein groeide ook Jacques Hartog op, op latere leeftijd een bekende musicoloog en dirigent uit Amsterdam.
Voorbeeld:
Terug naar de overzichtskaart
Luister
In dit geluidsfragment maak je kennis met de familie Hartog in de Kerkstraat. Het bijbehoende verhaal gaat verder terug en vertelt over andere handelsactiviteiten van deze belangrijke familie
Over de bewoners
Belangrijke familie
Een van de bekendste Joodse families in het Zaltbommel in de 18de en een deel van de 19de eeuw was de familie Hartog. Dat wil zeggen de nakomelingen van Levi Hartog, want er waren meer Joden met de achternaam Hartog in Zaltbommel. Leden van deze familie waren onder andere winkelier, slager, koopman of veekoopman, leerlooier en bankhouder. Als het enigszins kon belegden ze in onroerend goed, leenden ze geld uit of namen ze zakelijke belangen. De Hartogs hadden familie- en handelsconnecties tot ver buiten Zaltbommel.
Ze zijn in dat opzicht vergelijkbaar met de familie Philips, met dat verschil dat de Hartogs niet protestants geworden zijn om beter vooruit te kunnen komen. In de 18de en 19de eeuw waren de Hartogs prominent aanwezig in Zaltbommel. Daarna niet meer.
Levi Hartog en zijn broer
Ergens in de eerste helft van de 18de eeuw vestigde stamvader Levi Hartog, afkomstig uit Druten, zich in de stad als vleeshouwer en leerhandelaar. Hij was de Levi Hartog die de twee oudste Joodse begraafplaatsen van Zaltbommel inrichtte. (Zie ook Joodse begraafplaatsen in Zaltbommel en begraafplaats Oliemolen) Een vooraanstaand lid van de Joodse gemeente van Zaltbommel en succesvol in zaken.
Op de vuist
Maar geen gemakkelijk mens blijkbaar. Levi had een broer Nathan, die ook in Zaltbommel woonde. Met hem had hij rond 1776 letterlijk slaande ruzie, en nog wel tijdens de diensten in de ruimte die als synagoge fungeerde.
Het kwam zover dat het stadsbestuur van Zaltbommel uitspraak moest doen. Het besliste dat de Joodse godsdienst alléén mocht worden beoefend in een gehuurde kamer in het huis van een niet-Jood die daar zelf niet woonde. De broers zouden om beurten in de diensten voorgaan volgens afspraken die daar eerder al over waren gemaakt.
Deze uitspraak geeft wel aan waar de schoen wrong tijdens de erediensten met de broers. Ook na deze uitspraak hielden de conflicten binnen de Joodse gemeente van Zaltbommel nog tientallen jaren aan. Het stadsbestuur moest er meerdere keren aan te pas komen.
Jacob Hartog, leerlooier
Levi Hartog en zijn vrouw Marianne Jacobs hadden nogal wat zonen. Onder anderen de in 1749 geboren Jacob Hartog, leerlooier en veekoopman, beroepen die in elkaars verlengde liggen. Jacob Hartog had op het terrein aan de Looiersgang achter het voormalige Nutsgebouw zijn leerlooierij, compleet met een grote looivijver. (Zie ook het Schoenenmonument)
Verder was hij eigenaar van de gebouwen op de westhoek van de Kerkstraat en het Kerkplein, waar hij in woonde. Jacob Hartog kreeg samen met zijn vrouw Sara Heiman, of Theresia Heiman, zoals ze zich in de Franse Tijd noemde, negen kinderen. Sara zou na de dood van haar man in 1822 als ‘leerlooister’ de zaak voortzetten.
Barend Hartog, geldschieter
Het huis op de hoek van de Kerkstraat stond schuin tegenover een pand van de koopman Barend Hartog, een broer van Jacob. Hij komt veel voor in verband met onroerend goedtransacties en verstrekte geldleningen aan mensen binnen en buiten Zaltbommel. Barend was ook houder van de Bank van Lening in Zaltbommel, die hij in 1805 voor het destijds enorme bedrag van f 20.000,- pachtte van de stad Zaltbommel.
Salomon Hartog, vader van Jacques de musicus
De weduwe Sara Hartog-Heiman werd op de hoek van de Kerkstraat en het Kerkplein opgevolgd door haar zoon Salomon, geboren in 1803. Hij was ‘koopman’, geen leerlooier, en leende tot in de wijde omtrek geld uit. De jong overleden Salomon Hartog was de vader van Jacques (Jacob) Hartog, de musicus. De weduwe van Salomon Hartog ging na zijn dood door met de zaak, evenals haar schoonmoeder destijds.
Over Jacques Hartog
Een zakenman in de muziek
Wie op muziekles wilde moest vroeger vaak langs bij de plaatselijke organist. De Joodse Bommelaar Jacques of Jacob Hartog, geboren in 1837, begon op die manier aan zijn carrière in de muziek. Hij kreeg les van de organist van de Sint-Maarten, Cornelis Alijander Brandts Buys, tevens beiaardier, tevens pianist. Deze muziekleraar werd opgevolgd door Carolus Antonius Leenhoff, de vader van de welbekende Suzanne Leenhoff.
Organist J.G.C. (Gerard) Peerbolte, opvolger van C.A. Leenhoff, bespeelt het orgel van de Sint-Maartenskerk op een schilderij van C. Mezzara.
Collectie Museum Stadskasteel
Onder de Sint-Maarten
Jacques Hartog groeide op in een huis dichtbij de Sint-Maarten, een huis waarin hij de klanken van het magistrale kerkorgel kon horen. In feite lag er een klein gebouwencomplex met een groot open terrein aan de westkant van de Kerkstraat op de hoek met het Kerkplein. Nu zijn dat de adressen Kerkstraat 48 t/m 50 en Kerkplein 11.
Dat complex was van de grootvader van Jacques geweest, Jacob Hartog. Als leerlooier en koopman had deze Hartog het behoorlijk ver gebracht in Zaltbommel. Rond 1820 bezat hij nogal wat onroerende goederen. Hier hoorde onder meer een looierij bij achter het voormalige Nutsgebouw. (meer over Nutsgebouw en schoenenmonument via deze link) De vader van Jacques, en dus een zoon van de leerlooier Jacob Hartog, was de ‘koopman’ Salomon Hartog. Hij betrok de gebouwen op de hoek van de Kerkstraat.
Salomon stierf in 1855, waarna zijn weduwe de zaak voortzette: Sara Meijers, ‘handelaarster in steenkolen’.
Een musicus in zaken
Steenkolen waren ook het voorland van Jacques Hartog, al was hij daar ver van weggedreven. Hij had na zijn vooropleiding in Zaltbommel op het gymnasium in Krefeld gezeten en rechten gestudeerd. Maar vooral had hij muziek gestudeerd bij meerdere Duitse beroemdheden. Hartog raakte helemaal geworteld in de Duitse muziekcultuur. En toch ging hij terug naar Zaltbommel. Hij moest, zoals hij later beschreef, zijn moeder bijstaan.
Dat pakte echter iets anders uit. Jacques ging namelijk niet in de steenkolen, maar in de rookwaren aan de slag. Op 10 augustus 1864 richtten Jacob Hartog, particulier uit Zaltbommel, en zijn neef Jacob de Hartog, particulier te ’s-Hertogenbosch, de vennootschap ‘Hartog en De Hartog’ op, die zich zou bezighouden met het fabriceren van, en de handel in, sigaren en tabak.

Bericht uit de Tielsche Courant, 1864.
Regionaal Archief Rivierenland
Na het overlijden van zijn moeder, op 16 september 1865, bleef Jacques Hartog in Zaltbommel, waar hij veel voor het muziekleven betekende.
In 1874 trouwde Hartog, ‘fabrikant en lid van den gemeenteraad’ van Zaltbommel, in Berlijn met de Duits-Joodse Elisabeth Benigna Mosse. Rond die tijd verkocht hij het huis op de hoek van de Kerkstraat met pakhuizen en tuin aan de Berlijnse koopman Emil Cohn en consorten. Die verkochten het omstreeks 1879 alweer.
Naar de grote stad
Jacques Hartog vertrok in 1878 met echtgenote en peuterzoontje naar Amsterdam. Daar wijdde hij zich helemaal aan de muziek. Hij werd een bekende dirigent, componist, muziekdocent en musicoloog.
Afb. Portret van Hartog op latere leeftijd.
Via Wikimedia Commons
Overlijden
Jacques Hartog overleed op 3 oktober 1917 in Amsterdam. In de Zalt-Bommelsche Courant van 6 oktober 1917 werd het overlijden van de eens zo toonaangevende vroegere stadgenoot slechts kort vermeld.

Overlijdensbericht van Jaques Hartog in de Zalt-Bommelsche Courant.
RAR

