Intro
Hier komt een kort geluidsfragment dat je kunt beluisteren als je op locatie bent.
Voorbeeld:
Luister
Over deze locatie
De Gamerschestraat in Zaltbommel was vóór de Tweede Wereldoorlog een belangrijke straat voor de Joodse gemeenschap. Hier woonden en werkten verschillende Joodse families, waaronder de bekende familie Van Blijdenstein, evenals de families Marcus, De Vries, Van Straten-Kahn en Wolf. Hun verhalen weerspiegelen zowel de bloeitijd van het Joodse leven in Zaltbommel als de verwoesting die de oorlog bracht. De huidige bewoners lopen dagelijks langs huizen die ooit symbool stonden voor ondernemerschap, geloof en gemeenschapszin — en die nu ook herinneren aan verlies en onrecht.
De Gamerschestraat en de Joodse Gemeenschap van Zaltbommel
De Gamerschestraat in Zaltbommel was vóór de Tweede Wereldoorlog een belangrijke straat voor de Joodse gemeenschap. Hier woonden en werkten verschillende Joodse families, waaronder de bekende familie Van Blijdenstein, evenals de families Marcus, De Vries, Van Straten-Kahn en Wolf. Hun verhalen weerspiegelen zowel de bloeitijd van het Joodse leven in Zaltbommel als de verwoesting die de oorlog bracht.
Tijdens de oorlog veranderde dat drastisch: de Duitse bezetter ontnam Joodse inwoners hun rechten, hun vrijheid en hun eigendommen. In totaal werden 59 Joodse panden in Zaltbommel en omgeving onteigend of verkocht via de Niederländische Grundstücksverwaltung (NGV). Een groot deel daarvan stond in de Gamersestraat.
Over de mensen
De Familie Van Blijdenstein – Gamerschestraat 29
Het pand aan Gamerschestraat 29 was eigendom van de Joodse slager Salomon van Blijdenstein.
Hij kocht het huis, erf en tuin (kadastraal A 810) in 1918 voor f 5000,-. Voorheen was hier een bakkerij gevestigd.
Salomon was getrouwd met Friederike Sternefeld, afkomstig uit Zutphen. Het echtpaar had geen kinderen en leefde buiten gemeenschap van goederen. Na Salomons overlijden in 1922 bleef Friederike in het huis wonen. Zij stierf op hoge leeftijd in Kamp Vught op 7 mei 1943. Een gedenksteen ter nagedachtenis aan haar is geplaatst op de Joodse begraafplaats aan de Bossche Poort.
Tijdens de oorlog verbleven in het huis ook verwanten en Duitse Joodse vluchtelingen, onder wie Gustav en Johanna Meijer-van Blijdenstein, die in 1942 werden gedeporteerd en vermoord.
Oorlogsverkoop
De Duitse autoriteiten beschouwden het bezit van de familie Van Blijdenstein als “vijandelijk vermogen”, omdat enkele erfgenamen in Engeland en Amerika woonden.
De NGV stelde het pand onder beheer en liet het via de ANBO verkopen aan de NSB’er P. Sonneveld uit Hedel voor f 6250,- (8 september 1943). Sonneveld verrijkte zich tijdens de oorlog door het beheer van Joodse bedrijven en werd na de bevrijding veroordeeld tot drie jaar cel.
Tijdens de oorlog woonde ook de NSB’er Willem Grootveld in het huis, aangesteld door burgemeester Jan Boll.
Rechtsherstel
Na de oorlog werd de verkoop aan Sonneveld ongedaan gemaakt. In 1948 volgde een minnelijke schikking waarbij Sonneveld de huurinkomsten aan de erfgenamen moest afstaan.
Op 18 november en 2 december 1953 werden de panden van Salomon van Blijdenstein, waaronder Gamerschestraat 29, geveild in Hotel Tivoli. Het pand werd gekocht door J.G. Stehmann voor f 5000,-.
Andere Bezittingen van de Familie Van Blijdenstein
De familie bezat naast Gamerschestraat 29 ook ander onroerend goed in en rond Zaltbommel:
-
Waterstraat 33 – voormalige slagerij van Salomon van Blijdenstein, in 1943 verkocht aan Gerrit Jan Blom; rechtsherstel in 1947, daarna in 1953 verkocht aan huurder Antonie Slosser.
-
Korte Tolstraat 6 – pakhuis, verkocht in 1943; hersteld in 1948 en in 1953 verkocht aan Jacob van Gelder.
-
Landerijen “’t Paaike” (E 29 en E 30) – gedwongen verkoop in 1942 aan de gemeente Zaltbommel (burgemeester Boll); in 1950 teruggegeven aan de erfgenamen.
-
Weiland in Kerkdriel – circa 4 hectare uiterwaard, gedwongen verkocht in 1941 aan de pachter Adrianus van Hooft.
Andere Joodse Families in de Gamerschestraat
Gamerschestraat 27 – Familie De Vries
In 1920 kocht Emmanuel Jacob de Vries hier een pand dat hij als slagerij gebruikte.
Samen met zijn vrouw Mathilde de Vries-van Straten en hun dochter Francina (“Fransje”) werd hij op 19 november 1942 gedeporteerd en op 27 november 1942 in Auschwitz vermoord.
Tijdens de oorlog woonde NSB’er L.W. Bax in hun huis. Na rechtsherstel kwam het pand in 1954 terug in familiebezit en werd het verkocht aan slager Willem van Santen.
Voor de familie De Vries liggen tegenwoordig Stolpersteine voor de deur.
Gamerschestraat 13 – Familie Van Straten-Kahn
Hier woonden Mozes van Straten, lompenhandelaar en penningmeester van de Joodse gemeente, zijn vrouw Amalia (Meta) Kahn, en hun zonen Jacob en Michel.
Zij werden allen in 1943 via Kamp Vught naar Sobibor gedeporteerd en vermoord.
Het pand werd na de oorlog in 1949 verkocht aan Marinus Pieter Prosman.
Gamerschestraat 21/23 – Familie Wolf
De familie Wolf emigreerde in 1939 naar de Verenigde Staten, waardoor hun huis door de bezetter als “vijandelijk vermogen” werd aangemerkt.
In 1943 werd het pand verkocht aan NSB-burgemeester Jan Boll voor f 10.000,-.
Na de oorlog werd deze verkoop ongedaan gemaakt (1948).
Gamerschestraat 53 – Familie Marcus
Vanaf circa 1860 tot 1920 bevond zich hier de slagerij van de familie Marcus.
Abraham Arie Marcus, de laatste slager, overleed in 1921.
Zijn zuster Betje Marcus, actief binnen de Joodse damesvereniging Bigdei Koudesj, verhuisde in 1940 naar Gamerschestraat 29 (Van Blijdenstein). Zij overleed in 1941, vóór de deportaties begonnen.
Na de Oorlog
Na 1945 volgde een langdurig proces van rechtsherstel. Onrechtmatige verkopen aan NSB’ers en de NGV werden herzien, maar veel erven moesten jarenlang wachten voordat hun bezittingen werden teruggegeven of gecompenseerd. De Gamerschestraat veranderde in die tijd van karakter: waar ooit Joodse slagers en winkeliers het straatbeeld bepaalden, kwamen na de oorlog nieuwe bewoners en bedrijven.
Overige joodse personen in de Gamerschestraat (selectie)
-
Salomon en Friederike van Blijdenstein – Slagersfamilie, eigenaars Gamerschestraat 29.
-
Gustav en Johanna Meijer-van Blijdenstein – Duitse vluchtelingen, vermoord in 1942.
-
Emmanuel Jacob, Mathilde en Francina de Vries – Slagersgezin, omgebracht in Auschwitz.
-
Mozes en Amalia van Straten-Kahn – Winkeliers, vermoord in Sobibor.
-
Abraham en Betje Marcus – Slagersfamilie, actief binnen Joodse verenigingen.
-
Heiman en Benjamin Wolf – Oudere generatie; familie emigreerde naar de VS.
-
NSB’ers Boll, Sonneveld, Bax en Grootveld – betrokken bij de roof en bewoning van Joodse panden.
-
Erfgenamen en kopers na de oorlog: J.G. Stehmann, Willem van Santen, M.P. Prosman e.a.




Wandel mee over de bijzondere Joodse begraafplaatsen van Zaltbommel