
Intro
Ze liggen als verborgen parels binnen de middeleeuwse stadswallen: de drie Joodse begraafplaatsen van Zaltbommel. Tussen 1748 en 1901 waren ze volop in gebruik. Vele honderden Joden uit Zaltbommel en omstreken zijn hier begraven, een groot aantal in naamloze graven.
In 1901 werd een Joodse begraafplaats buiten de bolwerken in gebruik genomen, de begraafplaats aan de Marten van Rossemsingel. Deze wordt nog steeds gebruikt, al was dat de laatste 50 jaar maar sporadisch. De begraafplaats aan de Marten van Rossemsingel is niet vrij toegankelijk, de andere begraafplaatsen wel.
Voorbeeld:
Terug naar de overzichtskaart
Luister
Luister naar een geluidsfragment met uitleg over de Joodse begraafplaatsen in Zaltbommel
Joodse begraafplaatsen in Zaltbommel
Zaltbommel telt meerdere Joodse begraafplaatsen
Begraafplaatsen bij de Heemtuin / Oliemolen
Zaltbommel telt twee Joodse begraafplaatsen in de buurt van de Heemtuin, toegankelijk via een pad naast het pand Nonnenstraat 73. Het heet hier officieel 'Oliemolen', iets verderop ‘Omhoeken’.
- Vlak voor de oude stadsmuur is links van het pad is de ingang naar de Heemtuin. Loop deze tuin in, en al spoedig komt een heg met daarin de ingang naar de oudste Joodse begraafplaats van de stad in het zicht.
- Rechts van het pad naast Nonnenstraat 73 (in de bocht) staat een vrijstaand vrij nieuw huis, met links daarnaast een muur met poort. Achter de muur ligt de op één na oudste Joodse begraafplaats van Zaltbommel.
Begraafplaats bij de Bosche Poort
De derde Joodse begraafplaats binnen de stadswallen ligt aan het einde van de Boschstraat. Hier stond vroeger de ‘Bossche Poort’. (zie ook Begraafplaats Bossche Poort) Vanaf de heemtuin loopt men door het stadspark (brugje boven de oude stadsgracht over, dan linksaf) vanaf het pad tussen de twee oudere begraafplaatsen naar deze begraafplaats aan het einde van de Boschstraat. Een aangename wandeling onder de bomen, die ongeveer 5 minuten duurt.
Begraafplaats Marten van Rossemsingel.
Deze is niet vrij toegankelijk.
Joodse begraafplaatsen
De Joodse begraafplaatsen in Zaltbommel
Zaltbommel telt binnen de vroegere stadswallen maar liefst drie Joodse begraafplaatsen, de zogenaamde Grafheuvel en de Begraafplaats bij de Oliemolen dichtbij de middeleeuwse stadsmuur, en een gedeelte van de begraafplaats bij de voormalige Bossche Poort aan het begin van de Boschstraat. Juist buiten de stadswallen ligt de nog in gebruik zijnde Joodse begraafplaats aan de Marten van Rossemsingel. Deze is niet vrij toegankelijk.
Eeuwige grafrust
Op een Joodse begraafplaats heerst eeuwige grafrust. Dat wil zeggen dat Joodse graven volgens strenge voorschriften intact moeten blijven. Geloofd wordt immers dat bij de komst van de Messias de doden zullen herrijzen uit hun graven. Ruimen is dus geen optie, hoogstens kunnen Joodse graven worden verplaatst. Joodse begraafplaatsen zijn meestal te vinden buiten de bebouwde kom. In Zaltbommel was dat in de buurt van de boomrijke stadswallen. De begraafplaatsen zelf mogen niet worden beplant.
1. De grafheuvel
De oudste Joodse begraafplaats van de stad is de zogenaamde ‘grafheuvel’, nu een met een heg afgescheiden terrein, met aan één kant de oude stadsmuur. Een kleine steen met het opschrift ‘Joodse Begraafplaats’ geeft aan waar de ingang is. Samen met de heemtuin ernaast is het een van de mooiste plekjes van Zaltbommel.
Op 23 mei 1748 kreeg de Bommelse Jood Levi Hartog van het stadsbestuur van Zaltbommel toestemming om in een boomgaard bij de oude stadsmuur een ‘kerkhof’ aan te leggen. Op dit kleine terreintje zijn tussen 1748 en 1785 zo’n 50 Joden uit Zaltbommel en wijde omgeving begraven. Zelfs vanuit ’s-Hertogenbosch werden overledenen hier naartoe gebracht. Voor iedere bijzetting betaalden de nabestaanden een vast bedrag aan het weeshuis.
Er was te weinig ruimte om alle graven in de grond van de voormalige boomgaard uit te graven. Ze graven werden daarom in meerdere etages aangelegd in een aarden heuvel. Op de heuvel staan of liggen al heel lang geen graftekens. Mogelijk zijn die er ooit wel geweest.
De grond van deze begraafplaats was eigendom van het weeshuis, maar tussen 1818 en 1830 moet de Joodse gemeente van Zaltbommel eigenaar zijn geworden.

De zogenaamde Grafheuvel Collectie Mikwe
Grafrust op de ‘grafheuvel’
In februari 1818 had het stadsbestuur van Zaltbommel een begin gemaakt met het afgraven van ‘de grafheuvel’, de oudste Joodse begraafplaats. Het stadsbestuur redeneerde dat er al in geen dertig of veertig jaar meer iemand was begraven. En dat dus ook al dertig of veertig jaar lang geen grafrechten meer waren betaald aan het weeshuis, de eigenaar van de grond.
Het terrein kon goed gebruikt worden als locatie voor de mesthoop van de naastgelegen militaire paardenstal. Iedere particulier, en zeker de soldaten die hier kwamen, konden bij botten die van de nabij gelegen Joodse graven afkomstig waren. Met andere woorden, de Joodse gemeente tilde kennelijk zelf niet zo zwaar aan de grafrust, zo vond het stadsbestuur.
De actie van het stadsbestuur leidde tot grote onrust binnen de Joodse gemeente van Zaltbommel, die onmiddellijk stappen ondernam. De gouverneur van de provincie Gelderland zorgde er een paar maanden later voor dat de heuvel met rust is gelaten.
2. De begraafplaats bij de Oliemolen
De begraafplaats bij de Oliemolen ligt verborgen achter een hoge muur met toegangspoort en is niet goed toegankelijk. Vooral in het voorjaar is het hier een bloemrijk graslandje, met overal sneeuwklokjes.
Omdat de ‘grafheuvel’ vol was, werd deze begraafplaats in 1785 ingericht, eveneens door Levi Hartog. Dat gebeurde weer in een stuk voormalige boomgaard van het weeshuis. Een veel groter terrein, even ten westen van de ‘grafheuvel’ en ook weer tegen de stadsmuur aan. Naast de begraafplaats stond in die tijd de zogenaamde ‘kleine molen’, een oliemolen. Vandaar de aanduiding ‘begraafplaats aan of bij de Oliemolen’.
Om de begraafplaats heen werd een muur gemetseld van acht voet, d.i. ruim 2.40 m, hoog, met een toegangspoort. Er zou ook een metaheerhuisje worden gebouwd ten behoeve van de rituele lijkwassing. Boven de later vernieuwde poort is een oude gedenksteen te zien, die waarschijnlijk verwijst naar de officiële ingebruikname van de begraafplaats op 17 april 1787.

Foto van begraafplaats Oliemolen.
Foto E. Können
Het eerste graf dat hier werd gedolven is dat van Marianne Hartog, de vrouw van Levi Hartog, overleden in 1786. Haar grafsteen is er nog, naast die van haar man, overleden in 1794. (lees ook het stuk over de familie Hartog, Kerkstraat)
Er staan in totaal negen stenen, of de restanten daarvan. De andere graven hebben geen graftekens, of graftekens meer, en zijn niet als graven te herkennen. Ook van deze begraafplaats is de Joodse gemeente van Zaltbommel tussen 1818 en 1830 eigenaar geworden.
Het jaartal 1830 is meteen ook het jaar waarin de begravingen bij de Oliemolen ophielden. In dat jaar werd een afdeling van de begraafplaats bij de Bossche Poort als Joodse begraafplaats in gebruik genomen.
De grafstenen van Levi en Marianne Hartog, begraafplaats Oliemolen.
Foto E. Können.
3. De begraafplaats bij de Bossche Poort
Dankzij de wetten die Napoleon tijdens zijn bewind uitvaardigde, zijn de begrafenispraktijken vanaf 1810 drastisch veranderd. Er mocht om hygiënische redenen niet meer binnen kerkgebouwen worden begraven en ook niet binnen de stadswallen. Dat sloot aardig aan op de ideeën van Joden over hun begraafplaatsen.
Vanwege de associatie met dode lichamen worden die als ‘onrein’ gezien en daarom op afstand geplaatst. In Zaltbommel zijn de Joodse begraafplaatsen aan de uiterste rand van de toenmalige stad aangelegd, dicht tegen de stadswallen aan.
De Bommelse Joden konden het zodoende een tijd volhouden met de bestaande begraafplaats aan de Oliemolen. In 1830 dan toch werd de nieuwe Joodse begraafplaats bij de Bossche Poort in gebruik genomen.
Een vak op de Algemene Begraafplaats
Er was voor de Joodse graven een hoek vrijgehouden aan de zuidoostzijde van de algemene begraafplaats die in 1810 werd aangelegd op het vlakke deel binnen in het bastion bij de Bossche Poort. Hier waren al afdelingen in gebruik voor katholieke en protestantse overledenen binnen de stad. Met heiningen werden de grenzen tussen de afdelingen aangegeven.
Het Joodse deel van de begraafplaats bij de Bossche Poort was tot voor enkele jaren eigendom van de gemeente Zaltbommel. Nu is het van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, de opvolger van de Joodse gemeente Zaltbommel die in 1947 werd opgeheven.

Afb. Gezicht op het Joodse gedeelte van de begraafplaats bij de Bossche Poort in Zaltbommel.
Collectie Mikwe
De begraafplaats delen met andere partijen was niet altijd gemakkelijk. Door hun afwijkende begrafenisgewoonten kwamen de Joden regelmatig in botsing met doodgravers, opzichters en het stadsbestuur. Het was dan ook een hele vooruitgang toen de Joodse gemeenschap in 1901 aan de Marten van Rossemsingel een eigen begraafplaats in gebruik kon nemen, net buiten de voormalige bolwerken van de stad.

Zerken op begraafplaats Bossche Poort, met in het midden de bijzondere gietijzeren ‘steen’ van Sara Enthoven. Op de zerk daarnaast is een ramshoorn (‘sjofar’) afgebeeld.
Collectie Mikwe
Meer informatie over de andere Joodse begraafplaatsen staat op deze pagina.
.
Graftekens
Graftekens
Tussen 1830 en 1901 is een groot aantal Joodse overledenen in het ‘Joodse vak’ van de begraafplaats aan de Bossche Poort bijgezet. Dat hing samen met het toenemend aantal Joden in Zaltbommel tussen ongeveer 1825 en 1870. Veel Joodse graven kregen rechtop staande grafstenen, die nogal kwetsbaar zijn en snel verzakken. Ook waren er graven zonder grafteken.
De graftekens op de Joodse begraafplaats bij de Bossche Poort hebben vaak bloemrijke opschriften in het Hebreeuws. Dat is op de begraafplaats aan de Oliemolen ook zo, maar daar is maar een handvol stenen bewaard gebleven. De grafstenen zijn volgens bepaalde voorschriften uitgevoerd in vrij standaard typen. Maar er zijn uitzonderingen, zoals de manshoge steen van Catharina Meijer van den Meijdenberg. Eén monument is van een bijzonder materiaal: de gietijzeren ‘steen’ van Sara Enthoven-Swerein. Haar familie had een ijzergieterij, vandaar.
Er zijn teksten bij die verwijzen naar tragische gebeurtenissen, andere vermelden welbestede en tevreden levens. Sommige stenen zijn versierd met symbolische afbeeldingen die betrekking hebben op de overledenen. Er komen ook allerlei afkortingen voor op de stenen, die soms moeilijk te duiden zijn. Kortom, er gaat een hele wereld schuil achter deze graftekens, waar geboorte- en overlijdensdata meestal in de Joodse tijdsrekening op worden aangegeven. Hier staat de Joodse tijdsrekening uitgelegd.
Namenmonumenten
‘Opdat we niet vergeten’
Ter nagedachtenis aan de Joodse oorlogsslachtoffers in Zaltbommel en omgeving onthulde rabbijn L.S. Israëls op 27 november 1967 een eenvoudig gedenkteken. Het staat dichtbij het Joodse gedeelte van de begraafplaats aan de Bossche Poort, maar buiten de begraafplaats zelf. Het monument bestaat uit een door de firma Van Voorden uit Zaltbommel gegoten bronzen menora als symbool van het Jodendom. Deze kandelaar is op een betonnen zuil met opschrift geplaatst. De zuil op zijn beurt staat in een davidster, eveneens een belangrijk en beladen Joods symbool.
Koker
In de sokkel onder de davidster werd in 1967 een loden koker bijgezet met daarin een lijst met de namen van de 58 Joodse inwoners van Zaltbommel, Rossum en Herwijnen die door de Duitse bezetter zijn gedeporteerd en vermoord. Alleen degenen die waren ondergedoken overleefden de oorlog, helaas op enkele onderduikers na. Zowel op de zuil als op de (niet zichtbare) koker staat het opschrift ‘Opdat we niet vergeten’.
Vernieuwd monument
Vijfenzeventig jaar na de bevrijding, in 2020, is het monument uitgebreid. Op het muurtje dat in een halve cirkel om het monument heen staat, zijn toen de 58 namen van de Joodse oorlogsslachtoffers aangebracht. Niet langer waren ze verborgen in een koker, nu kwamen ze in het volle zicht. De namen geven een indringend beeld van de vervolging van de Joden in de kleine Joodse gemeente waar Zaltbommel bij hoorde, samen met de naburige dorpen.
Oorspronkelijk waren de namen in bakstenen gegraveerd, dezelfde in Rossum gebakken stenen die voor het grote Holocaust Namenmonument in Amsterdam zijn gebruikt. Omdat de leesbaarheid van de namen in Zaltbommel veel minder bleek te zijn dan in Amsterdam, zijn in 2021 donkere natuurstenen platen aangebracht met daarop de 58 namen.
Het vernieuwde monument is op 15 februari 2022 ingewijd, vanwege de coronapandemie later dan de bedoeling was.
Het namenmonument bij de Bosche Poort
Collectie Mikwe
Algemeen monument
Op korte afstand van het monument voor de Joodse oorlogsslachtoffers staat, eveneens bij de begraafplaats Bossche Poort, het algemene monument voor de oorlogsslachtoffers uit Zaltbommel. ‘Opdat we niet vergeten’ is ook in dit geval de drijfveer achter het plaatsen van het gedenkteken.
Anne Frank-boom
De "Anne Frank boom in Zaltbommel
De nog kleine paardenkastanje die aan de kant van de Boschstraat op de begraafplaats bij de Bossche Poort staat, is een boom met een boodschap. Het is een ‘Anne Frankboom’, een jonkie van de paardenkastanje waar Anne Frank op uitkeek vanuit het achterhuis aan de Prinsengracht in Amsterdam. Hier was ze samen met haar familie ondergedoken tijden de oorlog. De boom in de Amsterdamse stadstuin is in 2010 onderuit gegaan tijdens een storm, nadat hij al jaren had staan kwakkelen. Sinds 2005 zijn paardenkastanjes opgekweekt die de oude boom had laten vallen.
Boodschappers
De nakomelingen van de boom zijn als overbrengers van een boodschap over de halve wereld verspreid. Ze moeten worden gezien als een herinnering aan een inktzwarte periode. Een herinnering waar men samen bij kan stilstaan, ‘opdat dit nimmer meer zal gebeuren’.
Aanplant
De Zaltbommelse Anne Frankboom is op 24 maart 2021 geplant door de inmiddels overleden Louis Stranders uit Rossum, geboren in 1946. Hij was de broer van Greetje Stranders, die op 21 mei 1943 is vermoord in Sobibor, bijna vijf jaar oud. Greetje was samen met haar opa en oma gedeporteerd uit Rossum, maar werd in het doorgangskamp Westerbork van hen gescheiden. De grootouders zijn vanuit Westerbork een week eerder naar de gaskamers van Sobibor afgevoerd dan hun kleindochter. Het meisje was de laatste dagen van haar leven alleen temidden van de verschrikkingen in de kampen.
De ouders van Greetje hebben de oorlog als onderduikers overleefd, maar zijn deze tragedie nooit te boven gekomen.
Afgebroken jeugd
Dertien andere Joodse kinderen uit Zaltbommel en omstreken werden ook vergast. Kinderen die, net als Anne Frank, een heel leven voor zich hadden. De boom op de begraafplaats in Zaltbommel is ook een verwijzing naar jeugd die door onmensen werd afgebroken.

De Anne Frank boom op de begraafplaats
Collectie Mikwe
Joodse tijdsrekening
Over de Joodse tijdsrekening
De Joodse tijdsrekening wijkt aanzienlijk af van de Christelijke jaartelling met gebruikmaking van de Gregoriaanse kalender die in het Westen algemeen is. De Gregoriaanse kalender is een zonnekalender.
Zon en maan
De Joodse kalender is gebaseerd op de standen van de zon én de maan. De Joodse tijdsrekening begint bij de schepping van de wereld, die volgens de traditie in 3761 v. Chr. zou hebben plaatsgevonden.
Het jaar 2025 komt dus overeen met het Joodse jaar 5785–5786 . Het Joodse jaar begint in het najaar, meestal in september/oktober.
Jaartallen op Joodse grafstenen
De Joodse jaartallen worden vaak voorafgegaan door de Hebreeuwse letters תנצב״ה, de afkorting voor: “Moge zijn/haar ziel gebundeld zijn in de bundel des levens'.
Een jaartal wordt veelal genoteerd in Hebreeuwse cijfers, bijv. תש״ה = 5705, wat overeenkomt met 1944–1945.
Soms wordt het duizendtal (5000) weggelaten en moet dat erbij worden gedacht.

