
Intro
Op de hoek van de Kloosterstraat en de Minnebroederstraat stond vroeger de Synagoge.
Hier een kort geluidsfragment dat je kunt beluisteren als je op locatie bent.
Voorbeeld:
Synagoge en het Nutsgebouw
De synagoge van Zaltbommel stond aan een zijstraat die naar de Gamerschestraat leidt. Die ‘Kloosterstraat’ was aangelegd over een groot terrein dat eens van het Regulierenklooster van Zaltbommel was. Het hele terrein heette eeuwenlang ‘het Klooster’. De regulieren kwamen hier in 1511 terecht vanuit hun vroegere klooster naast de Kloosterwiel buiten de stad. In 1572 alweer, dus tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd Zaltbommel protestants. De kloosters werden opgeheven en kregen een andere bestemming.
Behalve de synagoge was in ‘het Klooster’ ook het zogenaamde Nutsgebouw te vinden. Dit bestond uit een oud pand dat was verbouwd door de Bommelse afdeling van de ‘Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen’, opgericht in 1818. Sinds 1868 konden hier ook Bommelse Joden lid van worden. Ze waren een aanwinst voor het verenigingsleven.
Het Nutsgebouw is afgebroken in 1984. Van de pal tegenover ‘het Nut’ gelegen synagoge staan de muren nog overeind. Dat geldt niet voor de Joodse school en het badhuisje, oftewel mikwe, achter de synagoge. Die zijn volledig verdwenen. De synagoge, school en badhuis stonden aan de achterkant van percelen van Joden die aan de zuidkant van de Gamerschestraat woonden. Dat is allemaal allang voltooid verleden tijd.
Terug naar de overzichtskaart
Luister
Luister naar deze opname over de voormalige synagoge en het mikwe in Zaltbommel.
Over deze locatie
Synagoge en Mikwe
Aan zowel de Minnebroederstraat als de Kloosterstraat staat een appartementengebouw, met daarin verstopt de vroegere synagoge die tot eind 1942 dienst deed. De omtrek van dit gebouw is dezelfde als die van de vroegere synagoge. In de dikke muren zijn de oude buitenmuren van de synagoge nog steeds aanwezig.
Een voormalig woonhuis als ‘Joodsche kerk’
Op deze straathoek stond eens het woonhuis van een leerlooier, dat door de Joodse gemeente van Zaltbommel in 1805 is gekocht en in 1806 verbouwd tot ‘Joodsche kerk’. Die bevond zich ‘in het Klooster’, d.w.z. op het terrein van het verdwenen Regulierenklooster.
De synagoge uit 1863
Geleidelijk aan werd de Bommelse synagoge te klein voor het toenemend aantal gelovigen en bovendien ging de bouwkundige staat achteruit. En zo kwam het dat in 1863, met gebruikmaking van de muren van het vroegere leerlooiershuis, een ruimere synagoge werd opgetrokken. De stadsarchitect van Zaltbommel, Adrianus van der Steur, paste een stijl toe die vaak voor synagogen werd gebruikt: een beetje oosters, maar met toch ook veel van een kerk erin.
Mikwe en schooltje
Waar een synagoge is, dient volgens Joods religieus voorschrift een ritueel bad aanwezig te zijn, een mikwe. Het bad moet in het oude synagogegebouw inpandig zijn geweest, evenals de ‘Israëlitische School’. In 1863 werd in een aanbouw van de nieuwe synagoge een nieuw mikwe ingericht, met een bad dat in de vloer was verzonken. De school verhuisde naar een andere locatie in Zaltbommel. Het mikwe bij de synagoge is 40 jaar later vergroot en comfortabeler gemaakt. In 1903 werd ook een Joods schooltje gebouwd, gelegen achter het mikwe.
De synagoge tijdens de Tweede Wereldoorlog
Op 19 november 1942 is het overgrote deel van de Joden van Zaltbommel gedeporteerd. Enkele achterblijvers hielden het vol tot de volgende deportatieronde van 8 en 9 april 1943, of waren ondergedoken. De synagoge functioneerde niet meer.
In de loop van 1943 werd in de ‘Jodenkerk’ huisraad van afwezige Bommelse Joden opgeslagen. Het ging naar weggebombardeerde Duitsers in Duitsland. De inventaris van de synagoge was daarvoor niet geschikt, die bleef gewoon staan.
Opheffing van de synagoge en herbestemming van het gebouw
Na de bevrijding is de synagoge niet meer heropend, want er waren te weinig Joden over in Zaltbommel. Het door granaatvuur beschadigde gebouw werd in 1949 hersteld, maar niet in oude staat teruggebracht. Het meubilair is verhuisd, onder andere naar de synagoge van Den Bosch.
In de vroegere synagoge en het totaal verbouwde Mikwe en schooltje kwam een confectiefabriek, maar dat duurde niet lang. De gebouwen hebben daarna allerlei bestemmingen gehad, terwijl ze er steeds sjofeler gingen uitzien.
Appartementengebouw met een museumruimte
In 1994 is de vroegere synagoge verbouwd tot appartementengebouw, dat gedeeltelijk staat op de afgebroken restanten van het Joodse schooltje en het oude mikwe. Tijdens de werkzaamheden werden de bassins van het mikwe uit 1864 gevonden. De plannen zijn toen aangepast. In plaats van het ‘atelier’ dat hier zou komen is een klein museum ingericht: het Mikwe.
De synagoge in volle glorie, oude krantenfoto. Collectie Museum Stadskasteel

De confectiefabriek die net na de oorlog in de voormalige synagoge was ingericht. Collectie Museum Stadskasteel
Kijk op de grond:
Voor het mikwe liggen twee Stolpersteine voor de onderwijzer, tevens voorganger, Maurits de Jong en zijn vrouw Annie Rozet Wijman, beiden vermoord in Sobibor. Zij woonden enige tijd in het voormalige Joodse schooltje achter het Mikwe.
Over de mensen
Hoe was het om joods te zijn in Zaltbommel. Luister naar dit fragment waarin Donald Hes vertelt over de Joodse tradities zoals zijn vader heeft meegemaakt.
Een joodse gemeenschap en tradities in Zaltbommel, alle Joden uit Zaltbommel kwamen hier langs.
Zaltbommel is de plaats waar de vader van Donald Hes, Alex Hes (8 november 1924) als jongen heeft rondgelopen. Wanneer ik in het stadje ben, probeer ik mij dat wel eens voor stellen. Zeker hier, waar de restanten van de sjoel, de synagoge, nog aanwezig zijn. Daarnaast stonden het Joodse badhuisje en de school. Op die school kreeg mijn vader godsdienstig onderwijs. Joodse jongens moesten daar in elk geval op hun bar mitswa worden voorbereid.
De chazan, oftewel godsdienstleraar, was Arie Elburg. Die man was ook boekhouder in de zaak van een collega-winkelier van mijn grootvader, Ies van Dijk. Van zijn vergoeding als chazan kon hij op geen stukken na rondkomen.
Tijdens de oorlog trok mijn vader vaak op met zijn neef, de ruim drie jaar oudere Bob van Dijk (geb. 3 feb. 1921), de zoon van Ies. Ze hebben samen ondergedoken gezeten, onder andere in Hotel Gottschalk in de Waterstraat. Er is een foto van beide jongemannen uit ongeveer 1940, in het gezelschap van Hester Hes, de grootmoeder van mijn vader. Het zijn daar echte heertjes, verzorgd gekleed. Niet zo gek natuurlijk voor zonen van textielwinkeliers.
Bezoek aan het Mikwe
Alex Hes kwam als jongen, later man, niet in het mikwe. Daar werd vooral door getrouwde vrouwen gebruik van gemaakt, vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Na iedere menstruatie en na iedere zwangerschap of bevalling moesten zij zich ritueel reinigen in het speciale ‘levende’ water in het bassin. Dat is bronwater of regenwater, in Zaltbommel regenwater, dat in een bepaalde verhouding werd gemengd met kraanwater.
Dat levende water werd ook gebruikt voor het ritueel reinigen van vaatwerk. Alleen als het op die manier gezuiverd was mochten serviesgoed, potten en pannen worden gebruikt voor koosjer voedsel. Een mikwedame, vaak de vrouw van de chazan, hield toezicht op het gebruik van het bad, maar steeds op gepaste afstand. Ook de vrouwen die het bad bezochten waren erg discreet, het was hun privé aangelegenheid. Dat kon ook gemakkelijk, omdat het Mikwegebouwtje achteraf stond.
Of mijn grootmoeder, de moeder dus van Alex Hes, regelmatig het mikwe bezocht weet ik niet. De Bommelse Joden van haar generatie waren liberaal en namen de geloofsregels wat ruimer. Zo zaten ze ook niet zo vaak in de synagoge. Sommigen kwamen daar maar één keer per jaar, anderen helemaal niet. Wel aten de meeste Bommelse Joden koosjer. De buitenwereld merkte dat vooral aan de koosjere slagerijen die in Zaltbommel en omstreken te vinden waren.
Sabbat
De diensten op sabbat werden in mijn vaders jeugd maar door een kleine groep mensen regelmatig bijgewoond. Een veel grotere groep vierde deze dag, die op vrijdagavond begon, thuis. Het was een rustdag, een dag van bezinning, maar ook een gezellige dag in de familiekring.
Feestdagen
Maar er waren dagen waarop het druk werd in de synagoge van Zaltbommel. Op Grote Verzoendag, Jom Kippoer, bijvoorbeeld, de belangrijkste Joodse feestdag. Na tien dagen van inkeer thuis, komen Joden op Jom Kippoer bij elkaar in de synagoge om te bidden en vergeving te vragen voor hun fouten. Ze zitten in principe de hele dag al vastend in de synagoge en gedenken ook de doden. Aan het einde van de dag wordt hun vergeving geschonken voor wat ze het voorgaande jaar verkeerd hebben gedaan. En dat wordt vervolgens uitbundig gevierd.
Voor Grote Verzoendag kwamen niet alleen Bommelse Joden, maar ook Joden vanuit de omliggende dorpen naar de sjoel in Zaltbommel. Sommigen moesten lopend van ver komen, zoals de Van Stratens uit Rumpt. Die gingen de dag tevoren al op pad. Ze overnachtten dan bij familie of kennissen in Zaltbommel.
Op hoogtijdagen werd de synagoge mooi versierd, zongen koren en solisten en hingen en lagen er kleden die dames van de Joodse gemeente hadden gemaakt. Overal brandden feestelijke lichtjes. Zo ging het eraan toe bij de viering van het 75-jarig jubileum van de Zaltbommelse synagoge op 18 juni 1939.
Feesten in het Nutsgebouw
’s Avonds na afloop was er een feestavond in het Nutsgebouw tegenover de synagoge, met een optreden van een cabaretgezelschap en een ‘bal’, opgeluisterd door de ‘Spiero Band’.
Mijn vader heeft voor de oorlog vele festiviteiten meegemaakt in de synagoge en het Nutsgebouw, zoals het jaarlijkse Chanoekafeest in december, een groot feest met lichtjes. Er werd in ‘het Nut’ een toneelstuk gespeeld, daarna was het, zoals gebruikelijk, bal. De vier Joodse slagers die Zaltbommel toen had, verzorgden om beurten een koosjer buffet.
Dat het Chanoekafeest zo groots werd aangepakt had, zoals mijn vader uitlegde, een bepaald doel. Op die manier konden Joodse jonge mensen elkaar ontmoeten, en als het even meezat zouden daar Joodse bruiloften van komen. Oneerbiedig gezegd was het feest een huwelijksmarkt. Toch waren ook niet-Joden welkom. Voor het Chanoekafeest kwamen Joden uit heel Nederland aangereisd, die bleven logeren. Mijn grootvader Hes bracht in zijn pand op Waterstraat 28 tot wel twintig mensen onder. Ongelooflijk.
Het is vreemd dat van dit vooroorlogse Joodse leven niets meer over is in Zaltbommel. Het enige dat resteert zijn ‘de plaatsen van herinnering’.

Afb. Alex Hes en Bob van Dijk met Hester Hes-van Leeuwen. Bron: RAR, Archief familie Van Dijk

Advertentie met de aankondiging van het jubileumfeest in 1939 Bron: het Nieuw Israëlietisch Weekblad van 9 juni 1939.

Een feest in het Nutsgebouw, foto uit een album van Bob van Dijk. Op de achtergrond een van de muurschilderingen.
Synagoge bankjes
Synagogebankjes uit Zaltbommel
In oktober 1945 is de synagoge van Zaltbommel leeggehaald. Werklui namen de bima mee (het verhoogde spreekgestoelte) en de Arke (de bergplaats van de Thorarollen die centraal staan in de geloofsbeleving). Deze werden in de synagoge van 's-Hertogenbosch neergezet.
In die stad waren na de bevrijding nog een Joodse gemeente aanwezig en een synagoge zónder interieur. In Zaltbommel daarentegen waren na de oorlog nog maar een paar Joden meer plus een beschadigde synagoge mét vrijwel de complete inrichting.
De synagoge bankjes: van Zaltbommel naar Gorinchem
Ook bankjes van de synagoge van Zaltbommel werden verhuisd, een deel naar de Bossche synagoge, een ander deel naar de synagoge van Gorinchem, die van binnen volledig vernield was. Die bankjes hadden en hebben een bijzondere bruinroze kleur, een kleur die de Utrechtse kunstenaar J.P.C. Grolman in 1917 ook gebruikte voor zijn waterverfschets van de bima van de Bommelse synagoge. Deze bevond zich ongeveer in het midden van de synagoge. Om de bima heen stonden de bankjes voor de mannen. De vrouwen zaten boven, op de vrouwengalerij, die op de aquarel goed te zien is.

Waterverfschets van J.P.C. Grolman uit 1917. Collectie Joods Museum
Bankjes op drift
De bankjes uit de Bommelse synagoge raakten na verloop van tijd op drift. Na de sluiting van de synagoge van Gorinchem (rond 1948) en van Den Bosch (in 1993) kwamen ze bij mensen thuis terecht, op bergzolders, in een kerk, en er werden exemplaren neergezet in de Dijksynagoge te Sliedrecht. Een aantal is verloren gegaan.
Meerdere typen bankjes
Er blijken voor de oorlog verschillende typen bankjes gelijktijdig in de synagoge van Zaltbommel te hebben gestaan. Het bankje dat thans in het Mikwe staat is een van die uitvoeringen. In het Mikwe staat een driezitsbankje met ijzeren leuningen en een opbergkastje voor gebedenboeken onder de zitting.

Het driezitsbankje in het Mikwe. Foto Johanna Butter
Eind 2022 zijn twee Bommelse synagogebankjes van een heel ander type naar Zaltbommel gehaald. Ze zijn vierzits, met ronde houten leuningen en hebben geen opbergkastje. Momenteel zijn ze ergens opgeslagen, want er is geen plaats voor ze in het Mikwe.

De ‘ronde’ synagogebankjes. Foto Mikwe
Aards
Beide uitvoeringen zien er sierlijk uit, met een krulletje als decoratie hier en daar. Maar ze zijn echte zwaargewichten, alsof ze loden voeten hebben. Dat zou doelbewust zijn gedaan. Joodse gelovigen wiegen graag heen en weer tijdens het bidden. Op die manier wordt voorkomen dat de bankjes los van de vloer komen, met alle gevolgen van dien.
Joodse school
De Joodse school van Zaltbommel
Van huisschool naar onderwijsinstelling
Het eerste Joodse schooltje van Zaltbommel bevond zich naast – of eigenlijk in – de oude synagoge aan de hoek van de Kloosterstraat en Minnebroederstraat. Deze ruimte, vermoedelijk in het voormalige woonhuis van Van der Kaaij, werd in de 19e eeuw gebruikt voor religieus onderwijs. Na verloop van tijd voldeed het kleine gebouw echter niet meer aan de behoeften van de gemeenschap.
In 1845 vroeg de Israëlitische Gemeente van Zaltbommel toestemming om een nieuwe school te stichten, waarin naast godsdienstonderwijs ook “maatschappelijk” of “burgerlijk” onderwijs werd gegeven. Dat betekende dat kinderen niet alleen les kregen in de Joodse traditie, maar ook in algemene vakken zoals lezen, schrijven en rekenen.
Waar deze eerste gecombineerde school precies was gevestigd, is niet geheel duidelijk, maar vermoedelijk stond zij in de Koningstraat.
Een nieuwe synagoge en uitbreiding van het terrein
In 1863 werd de oude synagoge aan de Kloosterstraat grondig vernieuwd. Daarbij ontstond het gebouw waarvan een deel nog steeds herkenbaar is binnen het huidige appartementencomplex naast het Mikwe. Rond dezelfde tijd wist de Joodse gemeente het terrein van de synagoge uit te breiden met een stuk onbebouwd erf van de buurman. Op deze grond zou later de nieuwe Joodse school worden gebouwd.
De bouw van de nieuwe school in 1903
In 1903 verrees aan de Minnebroederstraat een nieuw schoolgebouwtje, direct achter de synagoge. Het was een bescheiden pand met twee klaslokalen, dat via een gang verbonden was met de straat. Ook de badinrichting (het mikwe) bij de synagoge werd in die tijd vernieuwd.
Het schooltje stond op de plaats van de vroegere “open grond” van buurman Van Erp, en werd volledig gefinancierd door de Israëlitische Gemeente zelf.
Bron: Kadaster en RAR 3019, Archief gemeente Zaltbommel, dossier 2724 (Minnebroederstraat: bouw schoollokaal achter synagoge, 12 maart 1903).
Krimpende leerlingenaantallen
In de decennia voor de Tweede Wereldoorlog liep het aantal leerlingen van de Joodse school langzaam terug. Steeds meer gezinnen trokken naar grotere steden zoals Den Bosch en Amsterdam, en de bevolkingsgroei binnen de Joodse gemeenschap nam af. Waar in de 19e eeuw nog grote gezinnen gebruikelijk waren, werden de klassen in de 20e eeuw steeds kleiner.
Toch bleef het schooltje tot aan de oorlog een belangrijk centrum voor Joods onderwijs, saamhorigheid en identiteit in Zaltbommel — letterlijk verbonden met de synagoge waar de gemeenschap samenkwam om te bidden, te leren en te vieren.
Ook was er een kort voor de oorlog een Joodse Kostschool in de Waterstraat. Meer daarover lees en beluister je hier.

